ECLI:NL:RBDHA:2018:12465
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing plaatsing penitentiair programma en verlofaanvragen na controle afwezigheid werkplek
Eiser is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf en gedetineerd in een Zeer Beperkt Beveiligde Inrichting (ZBBI). Hij had een werkervaringsplaats, maar werd bij controle op 8 augustus 2018 niet op de werkplek aangetroffen. Dit leidde tot een ordemaatregel en afwijzing van zijn verzoek tot deelname aan een penitentiair programma door de selectiefunctionaris.
Eiser stelde dat het onderzoek onbetrouwbaar was en dat hij zijn afspraken nakwam. Hij vorderde plaatsing in het penitentiair programma en toekenning van twee afgewezen verlofaanvragen. De Staat voerde verweer en stelde onder meer dat eiser niet-ontvankelijk was.
De rechtbank oordeelde dat eiser ontvankelijk is, maar dat de afwijzing van het penitentiair programma en de verlofaanvragen marginaal getoetst moet worden. Gezien het rapport van de casemanager en het ontbreken van een overtuigende verklaring van eiser, was de afwijzing redelijk. Ook de afwijzing van verlofaanvragen was gegrond vanwege onbetrouwbaarheid en niet-naleving van het verlofschema.
De vorderingen van eiser werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vorderingen tot plaatsing in penitentiair programma en toekenning verlofaanvragen worden afgewezen.