ECLI:NL:RBDHA:2018:12497
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf voor Syrisch pleegkind wegens ontbreken aanvaardbare toekomst
Eiser, een minderjarig Syrisch pleegkind, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland op grond van gezinsmigratie bij zijn oom, omdat hij in Syrië geen familie heeft die voor hem kan zorgen. De staatssecretaris wees het verzoek af omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat zijn ouders overleden of onvindbaar zijn en dat er geen andere familieleden zijn die voor hem kunnen zorgen.
Eiser stelde het overlijden van zijn moeder te kunnen aantonen met een overlijdensakte, maar deze was niet correct gelegaliseerd volgens de staatssecretaris. Ook had eiser geen bewijs geleverd van de verdwijning van zijn vader. De rechtbank volgde het standpunt van de staatssecretaris dat onvoldoende bewijs was geleverd.
De rechtbank overwoog dat de staatssecretaris beoordelingsruimte heeft bij de vraag of een pleegkind in het land van herkomst geen aanvaardbare toekomst heeft en dat de rechter dit terughoudend toetst. Omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij in Syrië geen aanvaardbare toekomst heeft, was het besluit om de mvv te weigeren terecht.
De rechtbank wees het beroep af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 18 oktober 2018. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf blijft in stand.