ECLI:NL:RBDHA:2018:12506
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen weigering visum ouders voor familiebezoek in Nederland
Eisers, ouders van Marokkaanse nationaliteit, vroegen op 6 oktober 2017 een visum aan voor kort verblijf in Nederland om hun dochter te bezoeken. Verweerder wees de aanvragen af wegens onvoldoende bewijs van het doel van het verblijf, onvoldoende middelen van bestaan en later toegevoegd vestigingsgevaar.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte heeft afgezien van het horen van eisers, terwijl in het bestreden besluit een nieuwe afwijzingsgrond werd toegevoegd. De primaire besluiten waren summier gemotiveerd en boden geen ruimte voor een adequate reactie van eisers.
Verweerder erkende dat het doel van het verblijf voldoende was aangetoond en dat de garantsteller solvabel is. De rechtbank sluit aan bij eerdere jurisprudentie dat het duurzaamheidsvereiste uit het Vreemdelingenbesluit niet zonder meer op visumaanvragen voor kort verblijf van toepassing is.
De rechtbank beveelt verweerder een nieuwe hoorzitting en beslissing op bezwaar binnen zes weken, waarbij alle relevante feiten en omstandigheden in acht worden genomen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen na hoorzitting.