ECLI:NL:RBDHA:2018:12567
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging Rva-verstrekkingen en uitstel van vertrek
Verzoeker, een Afghaanse vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) om zijn verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva) te beëindigen per 6 april 2018. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening om de verstrekkingen te continueren totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het bestuursorgaan bevoegd is en dat er sprake is van een spoedeisend belang vanwege een dreigende ontruiming uit de opvanglocatie. Verzoeker baseert zijn verzoek mede op gezondheidsproblemen, waaronder suikerziekte, en stelt dat hij zonder verstrekkingen in een acute medische noodsituatie zal komen.
De rechtbank oordeelt echter dat de medische noodsituatie niet aannemelijk is gemaakt, mede omdat verzoeker aanspraak blijft houden op noodzakelijke medische zorg volgens de Vreemdelingenwet. Ook kan het verzoek niet worden ondersteund door eerdere jurisprudentie die betrekking had op asielaanvragen, wat hier niet het geval is.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van verstrekkingen en afwijzing van uitstel van vertrek is afgewezen.