Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of wettig en overtuigend kan worden bewezenverklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag danwel een poging tot zware mishandeling van [slachtoffer] . Ook dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of onomstotelijk kan worden vastgesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer] .
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
taakstrafvoor de duur van
240(tweehonderdveertig)
uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis;
gevangenisstrafvoor de duur van
3(drie)
maanden;
algemene voorwaardendat de veroordeelde:
drie jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat de veroordeelde:
benadeelde partij[slachtoffer] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van
€ 2.800,-, bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;
niet-ontvankelijkin de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
38 (achtendertig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;