ECLI:NL:RBDHA:2018:12814
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen terugzending asielzoeker naar Duitsland op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hem terug te zenden naar Duitsland, waar hij eerder een asielaanvraag had ingediend. De rechtbank hield de mondelinge behandeling van de zaak op 25 oktober 2018 te Middelburg, waarbij eiser werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was.
De rechtbank overweegt dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser, aangezien Duitsland het terugnameverzoek op grond van de Dublinverordening heeft geaccepteerd. De rechtbank gaat ervan uit dat Duitsland de asielprocedure zal uitvoeren in overeenstemming met de Europese asielrichtlijnen, waarbij eiser zijn werkelijke asielmotieven kan toelichten.
Eiser voerde aan dat hij zich in Duitsland niet veilig voelde vanwege zijn homoseksuele geaardheid en daarom de humanitaire clausule toegepast had moeten worden. De rechtbank oordeelt echter dat de staatssecretaris een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat de aangevoerde omstandigheden niet zodanig bijzonder zijn dat de verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag aan Nederland had moeten worden toegekend.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar gedaan door rechter M.J.L. Holierhoek op 25 oktober 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugzendingsbesluit naar Duitsland wordt ongegrond verklaard.