ECLI:NL:RBDHA:2018:12814

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 oktober 2018
Publicatiedatum
30 oktober 2018
Zaaknummer
NL18.17422
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 Dublinverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen terugzending asielzoeker naar Duitsland op grond van Dublinverordening

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hem terug te zenden naar Duitsland, waar hij eerder een asielaanvraag had ingediend. De rechtbank hield de mondelinge behandeling van de zaak op 25 oktober 2018 te Middelburg, waarbij eiser werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was.

De rechtbank overweegt dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser, aangezien Duitsland het terugnameverzoek op grond van de Dublinverordening heeft geaccepteerd. De rechtbank gaat ervan uit dat Duitsland de asielprocedure zal uitvoeren in overeenstemming met de Europese asielrichtlijnen, waarbij eiser zijn werkelijke asielmotieven kan toelichten.

Eiser voerde aan dat hij zich in Duitsland niet veilig voelde vanwege zijn homoseksuele geaardheid en daarom de humanitaire clausule toegepast had moeten worden. De rechtbank oordeelt echter dat de staatssecretaris een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat de aangevoerde omstandigheden niet zodanig bijzonder zijn dat de verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag aan Nederland had moeten worden toegekend.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar gedaan door rechter M.J.L. Holierhoek op 25 oktober 2018.

Uitkomst: Het beroep tegen het terugzendingsbesluit naar Duitsland wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.17422
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

(gemachtigde: mr. R.E. Temmen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen).

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 24 september 2018 (het bestreden besluit).
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.17423, plaatsgevonden op 25 oktober 2018. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Idemudia. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Niet in geschil is dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. Eiser heeft eerder in Duitsland een asielverzoek ingediend. Verweerder heeft daarom de Duitse autoriteiten gevraagd eiser terug te nemen op grond van de Dublinverordening. Hiermee hebben de Duitse autoriteiten ingestemd.
2. Nu Duitsland het terugnameverzoek heeft geaccepteerd moet worden aangenomen dat Duitsland de (opvolgende) asielaanvraag van eiser zal behandelen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen. Bij die aanvraag kan eiser zijn werkelijke asielmotief naar voren brengen. Bij voorkomende problemen tijdens die asielprocedure dient eiser daarover te klagen bij de Duitse autoriteiten.
3. In geschil is of verweerder toepassing had moeten geven aan de humanitaire clausule. Verweerder heeft daarin een ruime beoordelingsvrijheid. Eiser stelt dat hij zich in Duitsland niet veilig voelde en daar niet heeft durven te verklaren over zijn homoseksuele geaardheid. Verweerder heeft de door eiser aangevoerde feiten en omstandigheden niet zodanig bijzonder hoeven achten dat hij om die reden de verantwoordelijkheid voor de behandeling van de asielaanvraag aan zich had moeten trekken.
4. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. M.J.L. Holierhoek, rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. Paulus, griffier, op 25 oktober 2018.
Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.