ECLI:NL:RBDHA:2018:12831
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens ontbreken procespartijstatus verzoekster
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters van de meervoudige strafkamer in strafzaken tegen belanghebbenden, waarin zij als aangeefster en slachtoffer was aangeduid. Zij stelde dat haar rechten als benadeelde partij waren geschonden doordat de inhoudelijke behandeling doorging zonder haar aanwezigheid.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij gegronde vrees voor partijdigheid. Cruciaal was of verzoekster als procespartij kon worden aangemerkt. Omdat zij zich niet als benadeelde partij had gesteld en geen schadevergoedingsvordering had ingediend, was zij geen procespartij en dus niet ontvankelijk in het wrakingsverzoek.
De intentie van verzoekster om zich als benadeelde partij te voegen en een vordering in te dienen, was onvoldoende om rechten te ontlenen. Ook werd geoordeeld dat de beslissing om de strafzaken door te laten gaan geen grond voor wraking vormde. De wrakingskamer verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en bepaalde dat de strafzaken worden voortgezet zoals voor het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek wegens het ontbreken van procespartijstatus.