ECLI:NL:RBDHA:2018:12841
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeend overleg met openbaar ministerie
In deze zaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen mr. J.L.M. Luiten, rechter in de rechtbank Den Haag, omdat de vertegenwoordiger van het openbaar ministerie al in de zittingszaal aanwezig was bij binnenkomst van de rechter. Verzoeker stelde dat dit niet fatsoenlijk was en volgens jurisprudentie van het Hof Arnhem-Leeuwarden niet mocht.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het vereiste dat er concrete feiten of omstandigheden moeten zijn die de onpartijdigheid van de rechter kunnen aantasten. De rechter, de griffier en de vertegenwoordiger van het openbaar ministerie hebben verklaard dat er geen overleg heeft plaatsgevonden. Verzoeker heeft geen concrete feiten aangevoerd die dit tegenspreken.
De wrakingskamer concludeert dat de enkele aanwezigheid van beide personen in de zittingszaal niet leidt tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Het verzoek wordt daarom afgewezen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan concrete feiten die onpartijdigheid aantasten.