ECLI:NL:RBDHA:2018:12854
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter wegens vermeende partijdigheid niet-ontvankelijk verklaard
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de bodemzaak behandelde, gebaseerd op vermeende partijdigheid vanwege eerdere negatieve ervaringen en sociale contacten van de rechter.
Het wrakingsverzoek werd pas ruim 2,5 week na de zitting ingediend, terwijl verzoekers zelf aangaven dat zij al tijdens de zitting bekend waren met de feiten die het verzoek rechtvaardigden. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek niet tijdig was ingediend, omdat het karakter van wraking vereist dat een gesignaleerde partijdigheid onmiddellijk aan de orde wordt gesteld.
Ondanks dat verzoekers stelden dat zij eerst een verzoek tot verschoning hadden ingediend, kon de kamer dit niet vaststellen en vond zij het tijdsverloop onaanvaardbaar. Daarom werd verzoekers niet-ontvankelijk verklaard en het proces in de hoofdzaak voortgezet zonder verdere behandeling van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.