ECLI:NL:RBDHA:2018:12855
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekers, beiden van Afghaanse nationaliteit, verzochten de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening te treffen die hun uitzetting zou verbieden en de rechtsgevolgen van besluiten van 15 augustus 2018 zou schorsen, zodat zij recht op verstrekkingen zouden behouden.
De staatssecretaris stelde dat verzoekers reeds rechtmatig verblijf en recht op verstrekkingen hebben op grond van voorlopige voorzieningen hangende hun asielprocedure, waardoor het verzoek geen verandering zou brengen. De voorzieningenrechter volgde dit standpunt en concludeerde dat er geen spoedeisend belang bestaat.
De gemachtigde bevestigde dat verzoekers opvang en verstrekkingen ontvangen en dat er geen bericht is dat deze worden beëindigd. De voorzieningenrechter achtte de verwachting van een spoedige wijziging in de asielprocedure onvoldoende, aangezien een zitting gepland staat op 25 oktober 2018 en de uitkomst ongewis is.
Daarom wees de voorzieningenrechter de verzoeken af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening tegen uitzetting worden afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.