ECLI:NL:RBDHA:2018:13028
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag alleenstaande Pakistaanse vrouw wegens ontbreken reëel risico op ernstige schade
Eiseres, een Pakistaanse vrouw, diende een opvolgende asielaanvraag in nadat haar eerdere aanvraag was afgewezen en definitief was geworden. Zij stelde dat zij gevaar loopt vanwege een aanslag van haar vader op haar schoonfamilie uit eerwraak en vanwege haar status als alleenstaande vrouw in Pakistan. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod op.
De rechtbank overwoog dat de aanslag van de vader niet aannemelijk was gemaakt en dat de eerdere aanwijzing van Karachi als vestigingsalternatief nog steeds geldig is. Ook achtte de rechtbank het beleid van de staatssecretaris dat alleenstaande vrouwen in Pakistan niet als kwetsbare groep worden aangemerkt niet onredelijk. Hoewel de positie van alleenstaande vrouwen moeilijk is, heeft eiseres onvoldoende concreet bewijs geleverd dat zij persoonlijk gevaar loopt.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij het beroep tegen het inreisverbod af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod gehandhaafd.