ECLI:NL:RBDHA:2018:1303
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op Ziektewet-uitkering wegens geen rechtstreeks gevolg van zwangerschap
Eiseres, werkzaam als notarieel medewerkster, meldde zich ziek met klachten na haar bevallingsverlof en vroeg een Ziektewet-uitkering aan. Verweerder weigerde aanvankelijk de uitkering, maar verklaarde het bezwaar gegrond en kende een ZW-uitkering toe vanaf 6 december 2016. Eiseres stelde dat haar arbeidsongeschiktheid het gevolg was van zwangerschap en bevalling, waardoor zij recht zou hebben op een hoger dagloon.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts b&b zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en concludeerde dat de klachten en arbeidsongeschiktheid niet rechtstreeks voortvloeiden uit zwangerschap of bevalling. De medische stukken en rapportages bevestigden dat de klachten pas na de bevalling ontstonden en niet significant waren toegenomen door de zwangerschap.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres omdat het causale verband ontbrak dat vereist is voor een ZW-uitkering op basis van het volledige dagloon. Er was geen aanleiding om het medisch oordeel te betwisten of een deskundige te benoemen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat haar arbeidsongeschiktheid geen rechtstreeks gevolg is van zwangerschap of bevalling.