ECLI:NL:RBDHA:2018:1310
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang tijdens beroepsprocedure asiel
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 16 januari 2018 waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Hij verzocht tevens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat zijn opvang wordt beëindigd tijdens de beroepsprocedure.
De voorzieningenrechter overweegt dat de opvang per 13 februari 2018 zal worden beëindigd en dat dit zal plaatsvinden voordat op het beroep is beslist. Gelet op het belang van verzoeker om de uitspraak in Nederland af te wachten met behoud van opvang, weegt dit zwaarder dan het belang van verweerder bij handhaving van het besluit.
Daarom wordt een ordemaatregel getroffen op grond van artikel 8:83, vierde lid, Awb, die uitzetting van verzoeker verbiedt totdat op het beroep is beslist. Het recht op verstrekkingen, waaronder opvang, blijft bestaan op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verbiedt de uitzetting van verzoeker en behoudt de opvang tijdens de beroepsprocedure.