De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader om de moeder te verbieden videologboeken en berichten van hun minderjarige kinderen op algemeen toegankelijke sociale media te plaatsen. De vader vreesde dat deze openbaarmaking zou kunnen leiden tot pestgedrag en objectivering door pedofielen, en wilde de kinderen beschermen.
Partijen oefenden gezamenlijk gezag uit over de kinderen, die hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hadden. De moeder plaatste de video's met toestemming van de vader en verdiende inkomsten via productplaatsingen. Zij stelde dat het delen van video's bijdroeg aan educatie en culturele uitwisseling.
De rechtbank oordeelde dat het gezamenlijk gezag vereist dat dergelijke beslissingen samen worden genomen en dat de privacy en belangen van de kinderen voorop staan. Ondanks het ontbreken van concrete nadelige gevolgen tot dan toe, achtte de rechtbank het risico op toekomstige schade reëel. De financiële belangen van de moeder werden niet meegewogen.
De moeder werd bevolen alle videologboeken en berichten van de kinderen binnen een week van sociale media te verwijderen en deze verwijderd te houden, met uitzondering van persoonlijke pagina's met maximaal 250 geautoriseerde bezoekers. Bij overtreding werd een dwangsom van €500 per dag tot maximaal €25.000 opgelegd. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen.