ECLI:NL:RBDHA:2018:13115
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken besluit in zin van Awb bij aanvraag echtheidsverklaring rijbewijs
Eiser heeft bij de RDW een aanvraag ingediend voor een echtheidsverklaring van zijn Nederlandse rijbewijs. De RDW verstrekte brieven met informatie over de registratie van het rijbewijs in het Centraal Rijbewijzenregister, maar weigerde een echtheidsverklaring van een eerder afgegeven rijbewijs vanwege het ontbreken van historische gegevens.
Eiser diende een bezwaarschrift in tegen de brief van de RDW en vervolgens een beroepschrift bij de rechtbank. De kernvraag was of de brieven van de RDW kwalificeren als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank oordeelde dat de brieven slechts informatieve aard hebben en geen publiekrechtelijke rechtshandeling bevatten die een rechtsgevolg beogen. Daarom zijn deze brieven geen besluiten in de zin van de Awb. Het beroep is daarmee niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank wees een proceskostenveroordeling af en wees op de mogelijkheid van hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de brieven van de RDW geen besluiten zijn in de zin van de Awb.