ECLI:NL:RBDHA:2018:1312
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag vanwege onvoldoende zwaarwegend risico op vervolging wegens homoseksualiteit in Cuba
Eiser, een Cubaanse nationaliteit dragende homoseksuele man, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na ervaren discriminatie en incidenten in Cuba. Hij stelde dat hij vanwege zijn geaardheid vervolging en mishandeling door autoriteiten en medeburgers vreesde. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens onvoldoende zwaarwegendheid van het relaas.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de incidenten geloofwaardig waren, deze niet ernstig genoeg waren om te spreken van een onhoudbare situatie of stelselmatige discriminatie die het maatschappelijk functioneren onmogelijk maakt. Eiser beschikte over huisvesting, inkomen en medische zorg en had sinds 2010 openlijk als homoseksueel geleefd.
De mishandeling door de politie werd niet aannemelijk geacht te zijn vanwege zijn geaardheid. Ook de beweringen over negatieve aandacht van autoriteiten en oproepen werden onvoldoende onderbouwd. De rechtbank vond dat verweerder de aanvraag terecht op eigen merites had beoordeeld en dat eiser niet in zijn belangen was geschaad door de procedure.
De rechtbank concludeerde dat geen reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer bestond en verklaarde het beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens onvoldoende zwaarwegend risico op vervolging.