ECLI:NL:RBDHA:2018:1313
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning statushouders Griekenland
Eisers, allen Syrische staatsburgers, hebben op 2 januari 2018 aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie verklaarde deze aanvragen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 omdat eisers reeds internationale bescherming genieten in Griekenland.
Eisers voerden aan dat de leefomstandigheden in Griekenland onder de maat zijn, met onvoldoende leefgeld, slechte huisvesting en beperkte toegang tot onderwijs voor hun kinderen. Zij stelden dat terugkeer naar Griekenland zou leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro en het IVRK. De rechtbank overwoog echter dat hoewel de situatie in Griekenland niet optimaal is, deze niet voldoet aan de criteria voor een schending van artikel 3 EVRM Pro zoals vastgesteld in jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De rechtbank concludeerde dat er geen sprake is van een reëel risico op een met artikel 3 EVRM Pro strijdige behandeling bij terugkeer naar Griekenland en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel terecht wordt toegepast. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvragen bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van de statushouders tegen de niet-ontvankelijkverklaring van hun asielaanvragen wordt ongegrond verklaard.