ECLI:NL:RBDHA:2018:13162
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Billijke vergoeding niet overgenomen in WW-uitkering na ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen
Eiseres was sinds 1999 in dienst bij een maatschap die haar in een sterfhuisconstructie onderbracht, wat leidde tot ernstig verwijtbaar handelen van de ex-werkgever. Op verzoek van eiseres ontbond de kantonrechter de arbeidsovereenkomst en kende een billijke vergoeding toe als compensatie voor immateriële schade.
Verweerder stelde dat deze billijke vergoeding niet kan worden meegenomen in de WW-uitkering omdat deze niet te relateren is aan een overnameperiode zoals bedoeld in artikel 64 van Pro de WW. Eiseres betwistte dit en stelde dat de vergoeding wel degelijk loon betreft dat betrekking heeft op het dienstverband.
De rechtbank overwoog dat de billijke vergoeding een compensatie is voor schade ontstaan door verwijtbaar handelen, en dat deze aanspraak is ontstaan op de dag van ontbinding van het dienstverband. Hierdoor is de vergoeding toe te rekenen aan de periode na het einde van het dienstverband en betreft het geen loon. Daarom is de weigering van verweerder om de vergoeding over te nemen in de WW-uitkering terecht.
Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de billijke vergoeding niet wordt overgenomen in de WW-uitkering.