ECLI:NL:RBDHA:2018:13206
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- H.W. Vogels
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen faillissementsverklaring ongegrond en WSNP-verzoek niet-ontvankelijk verklaard
De rechtbank Den Haag behandelde het verzet van de schuldenaar tegen het faillissementsvonnis van 9 oktober 2018. De schuldenaar stelde dat hij schadevorderingen had op de verzoeksters die hun vorderingen overtroffen en dat er sprake was van misbruik van recht. Tevens verzocht hij om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling indien het faillissement terecht was.
De verzoeksters beriepen zich op onherroepelijke rechterlijke uitspraken en stelden dat de schuldenaar niet betaalde, met voldoende verhaal op zijn onroerend goed en mogelijke uitkering uit het faillissement van een vennootschap. De rechtbank concludeerde dat de vorderingen van verzoeksters bestaan en opeisbaar zijn en dat de schuldenaar in staat van hebben opgehouden te betalen verkeert. Misbruik van recht werd niet vastgesteld.
Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van essentiële documenten en informatie, waardoor geen volledig beeld van de financiële situatie kon worden verkregen. De rechtbank wees het verzet af en liet het verzoek tot schuldsanering onverwezen.
De uitspraak werd gewezen door rechter H.W. Vogels en uitgesproken op 6 november 2018. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen via een advocaat.
Uitkomst: Het verzet tegen het faillissement wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk.