ECLI:NL:RBDHA:2018:13234
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening opheffing inreisverbod Iraanse
Verzoeker, een Iraanse met een verleden van asielvergunning en intrekking daarvan wegens toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag, heeft een inreisverbod opgelegd gekregen voor tien jaar. Na een verzoek tot opheffing en bezwaar, waarbij het bezwaar gegrond werd verklaard maar het inreisverbod gehandhaafd, heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om in Nederland te mogen blijven tot de behandeling van het beroep.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzoek ontvankelijk is en dat de bestuursrechter bevoegd is. Verzoeker voert aan dat hij door een bevel van de vreemdelingenpolitie om zich naar Italië te begeven, de zitting in december mogelijk niet kan bijwonen. Dit bevel dateert echter van een maand eerder en er zijn geen uitzettingshandelingen aangekondigd.
Daarom is geen sprake van onverwijlde spoed en is het verzoek kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en legt geen proceskostenveroordeling op. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot opheffing van het inreisverbod wordt afgewezen wegens ontbreken van onverwijlde spoed.