ECLI:NL:RBDHA:2018:13374
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen toegangsweigering Nederland wegens ongeldig visum
Verzoeker, een Ghanese nationaliteit, werd op 3 november 2018 bij aankomst op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd vanwege het ontbreken van een geldig visum en passende documentatie over het doel van zijn verblijf. Hoewel verzoeker een toeristenvisum had, was dit ingetrokken omdat hij tegenover de Koninklijke Marechaussee verklaarde naar Nederland te zijn gekomen om te werken, terwijl hij bij de visumaanvraag toerisme als doel had opgegeven.
Verzoeker stelde dat hij een geldig toeristenvisum had, een retourticket bezat en hotels had geboekt voor zijn verblijf in Nederland en Parijs, met als doel vakantie. De staatssecretaris stelde echter dat er twijfel bestond over de betrouwbaarheid van verzoeker en het doel van het verblijf, waardoor de toegang terecht werd geweigerd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker geen bezwaar had gemaakt tegen de intrekking van het visum en daarom niet in het bezit was van een geldig visum. Tevens kon verzoeker het doel van het verblijf niet aannemelijk maken, mede gelet op zijn eigen verklaring aan de KMar. Het administratief beroep had geen redelijke kans van slagen, zodat het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de toegangsweigering wordt afgewezen omdat verzoeker niet in het bezit was van een geldig visum en het doel van het verblijf niet aannemelijk kon maken.