Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 oktober 2018 in de zaak tussen
[B.V. 1] , gevestigd te [plaats] , eiseres
de ontvanger van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
€ 46.787. Bij deze g-stortingen is niet vermeld op welke specifieke facturen ze betrekking hebben. In de omschrijving is alleen “doorbelasting” vermeld. In 2015 en 2016 zijn geen stortingen bekend van eiseres op de g-rekening van [plaats] BV. Evenmin is in de jaren 2014 tot en met 2016 sprake van rechtstreekse stortingen naar het zogenoemde wka-depot bij de Belastingdienst ten behoeve van [plaats] BV.
“3.2Relatie [eiseres] – [ [plaats] BV]
ende bij de (hoofd-) opdrachtgevers uitgevoerde derdenonderzoeken komt naar voren dat de activiteiten in 2014 tot en met 2016 engineering , technisch tekenwerk en werkvoorbereiding (verzamelen van alle relevante projectgegevens en het verwerken hiervan in werkmappen) betroffen in de telecom infrabranche en de glasvezelkabelbranche. De werkzaamheden werden deels op kantoor bij de (hoofd-)opdrachtgevers uitgevoerd en uit praktische overweging deels op kantoor bij [eiseres].
- naheffingsaanslagen omzetbelasting;
- naheffingsaanslagen loonbelasting;
- informatie over de invordering hiervan (o.a. aanmaningen/dwangbevelen);
- informatie ten aanzien van de bekendmaking van de belastingaanslagen;
- melding betalingsonmacht van 14 juli 2014 door [plaats] BV;
- informatie betreffende verhaalonderzoek [plaats] BV;
- informatie omtrent verhaalonderzoek bestuurder;
- financiële informatie [plaats] BV;
- deelovereenkomsten opdrachtgevers;
- kopieën van de originele (ondertekende) deelrapportages;
- brief van 26 september 2016 van de Inspecteur inzake de omstandigheid dat geen sprake is van uitvoeren van een werk van stoffelijke aard.
25 augustus 2017 aan de rechtbank heeft gezonden. Gesteld noch gebleken is dat deze verklaring onjuist is. Kopieën van hierop betrekking hebbende stukken en van de naheffingsaanslagen en de aanmaningen en dwangbevelen zijn echter niet overgelegd.
- het WKA-rapport;
- de deelrapportages met daarin weergegeven verklaringen van de hoofdopdrachtgevers;
- de mantel/raamovereenkomsten en deelovereenkomsten die zijn gesloten tussen eiseres en de opdrachtgevers;
- de facturen die door eiseres zijn verstrekt aan de opdrachtgevers;
- het feit dat de opdrachtgevers enkel betalingen aan eiseres hebben verricht.
“De doorlener is hoofdelijk aansprakelijk naast degene die de betreffende werknemers uiteindelijk onder zijn leiding of toezicht laat werken. Voor de aansprakelijkheid van de doorlener moet hij wel leiding of toezicht uitoefenen over de werknemers”, maakt dat niet anders. Direct aansluitend staat immers ook in de Instructie: “
Dit gebeurt als de doorlener zelf de door hem ingeleende arbeidskrachten verdeelt over de bedrijven en ook de soorten werkzaamheden die voor die bedrijven moeten worden verricht.”Uit het feit dat eiseres de overeenkomsten sluit met de hoofdopdrachtgevers waarin onder meer is bepaald welke werkzaamheden moeten worden uitgevoerd en eiseres in het kader van die overeenkomsten werknemers inhuurt van [plaats] BV volgt reeds dat van dat laatste sprake is. Zo al gesteld zou kunnen worden dat de Instructie, van voornoemd arrest afwijkend, goedkeurend beleid bevat op grond waarvan de aansprakelijkstelling van een doorlener achterwege blijft indien geen sprake is van leiding of toezicht door de inlener, is aan de voorwaarden van dat beleid in onderhavig geval niet voldaan.
1) met betrekking tot al de via eiseres ingezette werknemers van [plaats] BV sprake is geweest van het ter beschikking stellen van de werknemers van [plaats] BV aan de hoofdopdrachtgevers en 2) sprake is geweest van leiding of toezicht over de ter beschikking gestelde werknemers door de hoofdopdrachtgevers. Eiseres is daarin niet geslaagd.
34 IW, waarbij eiseres kwalificeert als doorlener in de zin van artikel 34, tweede lid, onder a, IW. Verweerder heeft eiseres daarom aansprakelijk mogen stellen voor de onbetaald gebleven naheffingsaanslagen. Anders dan eiseres acht de rechtbank daarbij, gelet ook op alles wat hiervoor is overwogen, niet van belang dat verweerder de aansprakelijkstelling niet per werknemer heeft uitgesplitst, onder meer voor wat betreft de locatie van het werk en de gebruikte tarieven. De rechtbank volgt eiseres verder niet in haar in de pleitnota opgenomen stelling dat niet aannemelijk is gemaakt dat de naheffingsaanslagen uitsluitend betrekking hebben op de werknemers die voor de hoofdopdrachtgevers werkzaamheden hebben verricht. Uit het WKA-rapport blijkt dat [plaats] BV uitsluitend bankbetalingen ontving van eiseres, zodat niet aannemelijk is dat de verschuldigde belasting betrekking heeft op andere werknemers dan door eiseres zijn ingehuurd ten behoeve van de werkzaamheden bij de hoofdopdrachtgevers. Eiseres heeft verder niet gesteld noch aannemelijk gemaakt dat zij voor de werkzaamheden bij de hoofdopdrachtgevers ook bij anderen arbeidskrachten heeft ingehuurd. De deelrapportages kunnen dan ook uitsluitend betrekking hebben op de arbeidskrachten die eiseres heeft ingehuurd bij [plaats] BV. Het voorgaande brengt mee dat hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd over artikel 35 IW Pro en de daarmee samenhangende brief van 26 september 2016 geen behandeling behoeft.