Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
5.De beslissing
€ 50.000,--;
Rechtbank Den Haag
Partijen zijn in 1989 op huwelijkse voorwaarden getrouwd en hebben gezamenlijk aandelen in twee BV's waarin hun tandartsenpraktijk is ingebracht. Bij beschikking van 27 september 2017 is hun echtscheiding uitgesproken en is een verrekening van polissen en activa vastgesteld. De vrouw legde op basis van deze beschikking executoriale beslagen op de aandelen en verzekeringen van de man.
De man vordert in kort geding opheffing van deze beslagen omdat de beschikking geen voor tenuitvoerlegging vatbare titel vormt. De rechtbank oordeelt dat de beschikking slechts een grondslag biedt voor saldering van activa en passiva maar geen veroordeling bevat die executoriaal kan worden afgedwongen. Bovendien bestaat onenigheid over de verrekening en is onduidelijk hoe het verzoek tot verbetering van de beschikking zal worden beslist.
De rechtbank verbiedt de vrouw executoriaal beslag te leggen, heft het reeds gelegde beslag op en veroordeelt haar in de proceskosten. Een dwangsom wordt opgelegd om naleving af te dwingen. De subsidiaire vordering wegens een vermeende misslag blijft onbesproken.
Uitkomst: Executoriaal beslag op aandelen en verzekeringen wordt opgeheven wegens ontbreken van een voor tenuitvoerlegging vatbare titel.