ECLI:NL:RBDHA:2018:1360
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor poging tot zware mishandeling met jeugddetentie gelijk aan voorarrest
De rechtbank Den Haag heeft op 8 februari 2018 uitspraak gedaan in een zaak tegen een minderjarige verdachte die werd verdacht van poging tot moord en subsidiair poging tot zware mishandeling. De rechtbank sprak de verdachte vrij van de primaire tenlastelegging moord, maar verklaarde wettig en overtuigend bewezen dat hij poging tot zware mishandeling had gepleegd door met een mes meerdere steken te maken richting het slachtoffer.
De verdachte was bij het ten laste gelegde incident psychisch belast met een ernstige obsessief-compulsieve stoornis en ADHD, wat zijn handelingsvrijheid beperkte. De rechtbank achtte de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar en concludeerde dat het feit situationeel was, met een nihil tot zeer geringe kans op recidive. De verdediging voerde noodweerexces aan, maar dit werd verworpen omdat de verdachte zelf de confrontatie zocht en zich niet onttrok.
De rechtbank legde een jeugddetentie op gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest had doorgebracht, zonder een voorwaardelijk strafdeel, omdat passende behandeling en begeleiding reeds waren ingezet en verdere verplichtingen niet noodzakelijk werden geacht. Tevens werd het mes dat bij het feit werd gebruikt verbeurd verklaard. De straf is passend geacht gezien de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden en de positieve ontwikkelingen van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 dagen jeugddetentie gelijk aan het voorarrest voor poging tot zware mishandeling; mes verbeurd verklaard.