Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
11 januari 1985.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Syrische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot overname aan Italië gedaan, waarop Italië niet tijdig reageerde, wat volgens de verordening als aanvaarding geldt.
Eiser betwistte dat hij Italië illegaal is binnengekomen, omdat hij via het schip Aquarius werd gered en met toestemming van Italiaanse autoriteiten naar Italië werd gebracht. Hij stelde dat registratie in Eurodac onrechtmatig was en dat hij niet de negatieve bewijslast zou moeten dragen.
De rechtbank oordeelde dat onder de Dublinverordening het zonder geldige documenten passeren van de buitengrens van een lidstaat als illegale grensoverschrijding geldt, ook als humanitaire toestemming is verleend om het grondgebied binnen te komen. Dit volgt uit het arrest Jafari van het Hof van Justitie van de EU. Eiser was bij Catania zonder vereiste documenten de buitengrens van het Schengengebied binnengekomen, wat als illegaal wordt aangemerkt.
Daarmee was de registratie in Eurodac terecht en hoefde het beroep op correctierecht ten aanzien van Eurodac-registraties niet verder te worden behandeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.