Uitspraak
geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats] (Bondsrepubliek Duitsland),
wonende te [adres, postcode en woonplaats].
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 25 januari 2018 uitspraak gedaan over het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenaar. Eerder was de regeling verlengd tot 16 april 2019, maar de bewindvoerder verzocht voortijdige beëindiging vanwege niet-nakoming van verplichtingen door schuldenaar.
De bewindvoerder stelde dat schuldenaar onvoldoende medewerking verleende, geen benodigde stukken aanleverde, en een boedelachterstand van ruim €12.600,- had laten ontstaan. Dit ondanks een eerdere toewijzing van een verzoek tot beëindiging door de rechtbank, dat door het gerechtshof was vernietigd met een laatste kans voor schuldenaar.
De rechtbank constateerde dat schuldenaar na het arrest van het gerechtshof zijn verplichtingen wederom niet is nagekomen, onvoldoende informatie verstrekte en onvoldoende afdroeg aan de boedel. Het verweer dat schuldenaar zich richtte op het verkrijgen van een vast dienstverband werd verworpen. De rechtbank oordeelde dat het tekortschieten toerekenbaar is en besloot de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen.
Daarnaast stelde de rechtbank het salaris van de bewindvoerder vast op €3.667,26 en gaf opdracht tot verdeling van het resterende actief onder de crediteuren. Verificatie van vorderingen en uitdelingslijst werden achterwege gelaten wegens gebrek aan baten.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen en boedelachterstand.