ECLI:NL:RBDHA:2018:13661

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 november 2018
Publicatiedatum
16 november 2018
Zaaknummer
AWB - 17 _ 16586
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht door niet doorgeven adreswijziging

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. De rechtbank heeft eiser meerdere keren aangetekend herinnerd aan de betaling van het griffierecht van €168,-. Beide brieven zijn ongeopend retour ontvangen, mede doordat eiser zich in een asielzoekerscentrum bevindt en geen juiste adresgegevens heeft doorgegeven.

Op grond van artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het griffierecht binnen een gestelde termijn worden betaald. Bij niet-betaling verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, tenzij het niet betalen niet aan eiser kan worden toegerekend. In deze zaak is vastgesteld dat het niet bereiken van de herinneringen aan eiser voor zijn eigen rekening en risico komt.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en behandelt zij het beroep niet inhoudelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht en het niet doorgeven van een adreswijziging.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 17/16586

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 november 2018 in de zaak tussen

[eiser] , eiser, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde: ),
en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 30 november 2017.
Bij aangetekende brief van 30 augustus 2018 is eiser eraan herinnerd dat hij griffierecht moet betalen (de herinnering). De enveloppe waarin deze herinnering is verzonden, is ongeopend ter griffie terugontvangen. Omdat eiser zich in een asielzoekerscentrum bevindt en alle aan eiser gezonden post retour is gekomen, heeft verweerder desgevraagd als verblijfadres [verblijfadres] , [postcode] [plaats] . De herinnering is nogmaals aangetekend verstuurd maar nu naar dit door verweerder opgegeven adres. Ook deze enveloppe is ongeopend ter griffie terugontvangen.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41 van Pro de Awb griffierecht betalen. Voor deze zaak is het griffierecht vastgesteld op € 168,-. De griffier stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet zijn betaald. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht betrokkene niet is toe te rekenen.
3. In de herinnering is eiser er nog eens op gewezen dat het griffierecht binnen vier weken moet zijn betaald en dat anders het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Eiser heeft het griffierecht niet betaald. Dat dit eiser niet is toe te rekenen, is niet gebleken. Dat de herinnering eiser niet heeft bereikt, dient voor zijn rekening en risico te blijven. Eiser heeft immers zelf verzuimd zijn adreswijziging door te geven.
4. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van C.P. van Veldhoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 november 2018.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 van Pro de Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.