ECLI:NL:RBDHA:2018:13666

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 november 2018
Publicatiedatum
16 november 2018
Zaaknummer
AWB - 17 _ 16588
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht door niet doorgeven adreswijziging

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een beschikking van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. De rechtbank heeft eiser meerdere keren aangetekend herinnerd aan de betaling van het griffierecht van €168,-. Deze herinneringen zijn ongeopend retour ontvangen, omdat eiser zich in een asielzoekerscentrum bevindt en zijn post niet bereikt.

Verweerder heeft een verblijfadres opgegeven, maar ook de herinnering aan dat adres is ongeopend retour gekomen. De rechtbank oordeelt dat het niet ontvangen van de herinneringen voor rekening en risico van eiser komt, omdat hij zijn adreswijziging niet heeft doorgegeven.

Op grond van artikel 8:41 Awb Pro is het betalen van griffierecht verplicht; bij niet betaling verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, tenzij het niet betalen niet aan betrokkene kan worden toegerekend. Dit laatste is hier niet het geval.

De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en behandelt het beroep niet inhoudelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Kleijn op 2 november 2018.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht dat aan eiser is toe te rekenen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 17/16588

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 november 2018 in de zaak tussen

[eiser], eiser, V-nummer [V-nummer],

en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beschikking van verweerder van 30 november 2017.
Bij aangetekende brief van is eiser eraan herinnerd dat hij griffierecht moet betalen (de herinnering). De enveloppe waarin deze herinnering is verzonden, is ongeopend ter griffie terugontvangen. Omdat eiser zich in een asielzoekerscentrum bevindt en alle aan eiser gezonden post retour is gekomen, heeft verweerder desgevraagd als verblijfadres opgegeven [verblijfadres], [postcode] [plaats]. De herinnering is nogmaals aangetekend verstuurd maar nu naar dit door verweerder opgegeven adres. Ook deze enveloppe is ongeopend ter griffie terugontvangen.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41 van Pro de Awb griffierecht betalen. Voor deze zaak is het griffierecht vastgesteld op € 168,-. De griffier stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet zijn betaald. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht betrokkene niet is toe te rekenen.
3. In de herinnering is eiser er nog eens op gewezen dat het griffierecht binnen vier weken moet zijn betaald en dat anders het beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Eiser heeft het griffierecht niet betaald. Dat dit eiser niet is toe te rekenen, is niet gebleken. Dat de herinnering eiser niet heeft bereikt, dient voor zijn rekening en risico te blijven. Eiser heeft immers zelf verzuimd zijn adreswijziging door te geven
4. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van C.P. van Veldhoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 november 2018.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 van Pro de Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.