ECLI:NL:RBDHA:2018:13718
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening in letselschadezaak
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die een deelgeschil behandelde in een letselschadezaak. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid van de kantonrechter, die tijdens de zitting op 18 september 2018 een voorlopig oordeel gaf en opmerkingen maakte die volgens verzoekster haar onderhandelingspositie benadeelden.
De wrakingskamer stelde vast dat verzoekster de omstandigheden die aanleiding gaven tot het wrakingsverzoek op 18 september 2018 kende, maar het verzoek pas op 26 september 2018 bij de griffie werd ingediend. De reden voor de vertraging was overleg tussen de gemachtigde en een kantoorgenoot en drukte binnen de praktijk, wat niet als aanvaardbare reden werd geaccepteerd.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek te laat was ingediend en daarom niet-ontvankelijk verklaard moest worden. Er werd geen inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek gegeven. Het proces in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de indiening van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.