ECLI:NL:RBDHA:2018:13837
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2008
Eiser diende bezwaar in tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2008. Verweerder verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk vanwege te late indiening. Eiser had het bezwaar op de uiterste dag via e-mail ingediend en enkele dagen later fysiek aan de balie overhandigd. De rechtbank oordeelde dat verweerder de elektronische indieningsweg niet had opengesteld, maar dat eiser het verzuim had hersteld door het bezwaar alsnog persoonlijk in te dienen.
De rechtbank stelde vast dat de termijn voor het indienen van het bezwaar op 6 juni 2016 eindigde. Omdat verweerder de elektronische indiening niet mogelijk maakte, was de termijnoverschrijding niet aan eiser toe te rekenen. Daarom was de niet-ontvankelijkverklaring onterecht en werd deze vernietigd.
De rechtbank wees het verzoek van eiser af om de zaak niet terug te wijzen naar verweerder, omdat geen goede grond bestond om daarvan af te wijken. Verweerder werd opgedragen opnieuw op het bezwaar te beslissen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser en werd het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar vernietigd; verweerder moet opnieuw op het bezwaar beslissen.