ECLI:NL:RBDHA:2018:13858
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek activiteiten in Nederland
Eiser, een Burundese nationaliteit dragende vreemdeling, vroeg op 10 januari 2016 een verblijfsvergunning asiel aan. Verweerder wees deze aanvraag op 20 maart 2018 af, omdat niet was vastgesteld dat eiser een gegronde vrees voor vervolging had. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de activiteiten van eiser in Nederland, die mogelijk tot negatieve aandacht van de Burundese autoriteiten kunnen leiden.
Eiser had bewijsstukken overgelegd, waaronder lidmaatschap van een oppositieorganisatie en deelname aan conferenties, die verweerder onvoldoende had betrokken in zijn beoordeling. De rechtbank stelt dat deze activiteiten kunnen leiden tot een gegronde vrees voor vervolging als 'refugié sur place'.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht en veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten van eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd.