ECLI:NL:RBDHA:2018:13887
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag wegens onvoldoende sociale en economische binding met land van herkomst
Eiseres, een Pakistaanse vrouw geboren in 1976, vroeg op 2 november 2017 een visum voor kort verblijf aan om haar zus in Nederland te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af omdat eiseres het doel van het verblijf niet voldoende had aangetoond en onvoldoende sociale en economische binding met Pakistan kon aantonen, waardoor twijfel bestond over haar terugkeer.
Eiseres stelde dat zij een agrarisch bedrijf heeft en mantelzorger is voor haar vader, maar kon dit niet met objectief bewijs onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat de minister een ruime beoordelingsruimte heeft en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij tijdig zal terugkeren. Ook het aanbod om een waarborgsom te stellen of haar paspoort in te leveren, maakte dit niet anders.
Verder werd geoordeeld dat het bezwaar kennelijk ongegrond was, zodat de minister niet verplicht was eiseres te horen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende sociale en economische binding met het land van herkomst.