ECLI:NL:RBDHA:2018:13900
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-behandeling verblijfsvergunning asiel wegens vertrek naar Duitsland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Tijdens de zitting verschenen eiser en zijn gemachtigde niet, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
De rechtbank stelde ambtshalve de vraag of eiser nog procesbelang had bij zijn beroep. Verweerder had gemeld dat eiser op 18 oktober 2018 met onbekende bestemming naar Duitsland was vertrokken, waardoor de overdracht niet binnen de gestelde termijn kon plaatsvinden. De rechtbank ging ervan uit dat deze melding juist was, mede omdat eiser en zijn gemachtigde niet hadden gereageerd.
Gezien het vertrek van eiser concludeerde de rechtbank dat eiser kennelijk geen prijs meer stelde op een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep en daarom geen rechtens te beschermen belang meer had. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang omdat eiser naar Duitsland is vertrokken.