ECLI:NL:RBDHA:2018:13904
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid nationaliteit en herkomst
Eiser, die stelt Eritrese nationaliteit te hebben en tot de Bilen-stam te behoren, heeft een asielaanvraag ingediend vanwege vermeende vervolging in Eritrea. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag af op grond van ongeloofwaardigheid van de identiteit, nationaliteit, herkomst en etniciteit van eiser.
De rechtbank heeft het beroep van eiser beoordeeld en geconcludeerd dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd om zijn identiteit en herkomst aannemelijk te maken. De overgelegde documenten, waaronder kopieën van identiteitskaarten van zijn ouders en een UNHCR-familieregistratie, waren onvoldoende betrouwbaar of onleesbaar. Daarnaast waren er inconsistenties in de verklaringen van eiser over zijn geboorteplaats en de verblijfplaatsen van zijn ouders.
Ook de verklaringen over zijn stam en substam stroken niet met openbare informatie en de registratie bij de UNHCR. Eiser kon bovendien geen kennis over Eritrea aantonen die van een inwoner verwacht mag worden. De rechtbank achtte de afwijzing van de aanvraag door verweerder terecht en verklaarde het beroep ongegrond.
Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak is gedaan door rechter J.L.E. Bakels op 16 november 2018. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van identiteit en herkomst.