ECLI:NL:RBDHA:2018:13920
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering en onvoldoende risico op vervolging
Eiser, een Iraakse man geboren in 1994, heeft asiel aangevraagd op grond van problemen met de sjiitische militie Asaab Al Hak en zijn bekering tot het christendom. Hij stelde dat hij bij terugkeer vervolging zou vrezen vanwege zijn geloof en Soennitische achtergrond.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de bekering niet geloofwaardig werd geacht en het risico op vervolging onvoldoende aannemelijk was. De rechtbank bevestigt dit oordeel na een zorgvuldige beoordeling van het asielrelaas, de geloofwaardigheid van de bekering en de omstandigheden rondom de militie.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de vaste gedragslijn inzake geloofwaardigheid van bekering correct heeft toegepast en dat eiser onvoldoende concreet en consistent heeft verklaard over zijn geloofsproces en praktijken. Ook acht de rechtbank het risico op vervolging door de militie en vanwege zijn Soennitische achtergrond niet aannemelijk.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige bekering en onvoldoende aannemelijk risico op vervolging.