ECLI:NL:RBDHA:2018:13922
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Rwandese vrouw wegens ongeloofwaardig asielrelaas
Eiseres, een Rwandese vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege haar jeugdtrauma's en bedreigingen door haar oom, een hoge militair, die haar seksueel misbruikte en haar gezin bedreigde. Zij stelde dat zij en haar echtgenoot uit vrees voor represailles uit Rwanda waren gevlucht naar Burundi.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid van het asielrelaas, met name over de positie van haar oom, de aangifte van haar echtgenoot en de doorzoeking van haar woning. De rechtbank bevestigde deze afwijzing, omdat eiseres onvoldoende concrete details kon geven over haar oom en tegenstrijdigheden vertoonde in haar verklaringen.
Ook het beroep op de asielproblematiek van haar echtgenoot faalde, aangezien diens eigen asielaanvraag eveneens was afgewezen. De rechtbank concludeerde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij of haar gezin in Rwanda een schending van artikel 3 EVRM Pro te wachten stond en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende geloofwaardigheid van haar asielrelaas.