ECLI:NL:RBDHA:2018:13943
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Palestijnse asielzoeker afkomstig uit Libanon, diende een asielaanvraag in Nederland in nadat hij eerder in Spanje en België asiel had gevraagd. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende had onderzocht of hij bij overdracht aan Spanje een reëel risico liep op onmenselijke of vernederende behandeling, verwijzend naar tekortkomingen in het Spaanse asielsysteem en het AIDA-rapport. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Spanje zijn internationale verplichtingen niet nakomt.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is omdat eiser niet kon aantonen dat de overdracht aan Spanje tot onmenselijke behandeling zou leiden. De enkele verwijzing naar het AIDA-rapport en het persoonlijke relaas van eiser boden onvoldoende grond om het besluit te vernietigen. Het beroep werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.