ECLI:NL:RBDHA:2018:13984
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens beëindiging samenwoning zonder bijzondere omstandigheden
Eiseres, een Kameroense vrouw, kreeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als gezinslid van haar partner. Deze vergunning werd ingetrokken nadat de referent aangaf dat zij per 11 mei 2017 niet langer samenwoonden en uit de Basisregistratie Personen bleek dat eiseres op een ander adres stond ingeschreven.
Eiseres stelde dat zij jarenlang mishandeld werd en gedwongen was tot prostitutie, waardoor zij de relatie niet durfde te verbreken. Zij overhandigde verklaringen van haar huisarts, het Leger des Heils en een proces-verbaal. De rechtbank oordeelde echter dat de intrekking terecht was, omdat het samenlevingsvereiste niet meer werd voldaan en er geen bijzondere omstandigheden waren die een andere beoordeling rechtvaardigen binnen het kader van de verleende vergunning.
De rechtbank benadrukte dat de bijzondere omstandigheden zoals mishandeling relevant kunnen zijn bij een aanvraag voor een humanitaire verblijfsvergunning, waarvoor eiseres een aparte aanvraag moet indienen. Ook werd geoordeeld dat het bestuur terecht kon afzien van het horen van eiseres in de bezwaarfase, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de intrekking van de verblijfsvergunning.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de verblijfsvergunning wegens het niet langer voldoen aan het samenlevingsvereiste.