ECLI:NL:RBDHA:2018:13993
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens niet aannemelijke feitelijke gezinsband
Eiser, een Somalische nationaliteit dragende vreemdeling, heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis asiel. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een feitelijke gezinsband met referente, met wie hij stelt gehuwd te zijn.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser geen documenten heeft overgelegd ter onderbouwing van het huwelijk en dat zijn verklaringen tegenstrijdigheden bevatten over het tijdstip van het huwelijk, samenwoning en verblijfplaats van referente. De rechtbank achtte de verklaring van eiser onvoldoende om het huwelijk en de feitelijke gezinsband aannemelijk te maken.
Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat verweerder terecht heeft afgezien van het horen van eiser in de bezwaarfase, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt afgewezen wegens het ontbreken van een feitelijke gezinsband.