ECLI:NL:RBDHA:2018:14019
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Sleeswijk Visser-de Boer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende middelen en binding
Eiseres, een Marokkaanse vrouw woonachtig in Egypte, vroeg een visum kort verblijf aan om haar echtgenoot in Nederland te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van financiële middelen en twijfel over het vertrek na het verblijf.
Eiseres voerde aan dat het ticket al betaald was en zij bij haar echtgenoot zou verblijven, waardoor de kosten beperkt zijn. Tevens stelde zij dat haar rechten op gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank oordeelde dat de minister zich voldoende had gemotiveerd en dat eiseres onvoldoende had aangetoond dat zij aan het middelenvereiste voldeed.
Daarnaast was niet aannemelijk gemaakt dat zij niet elders met haar echtgenoot gezinsleven kon uitoefenen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende financiële middelen en binding.