ECLI:NL:RBDHA:2018:14118
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis asiel wegens onvoldoende gezinsband
Eiser, een Syrische asielzoeker, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis asiel om zich bij zijn partner, referente, te voegen die reeds een verblijfsvergunning had. Verweerder wees de aanvraag af omdat de feitelijke gezinsband niet aannemelijk was gemaakt. Verweerder baseerde zich op tegenstrijdige verklaringen van referente en haar familie over het bestaan van een huwelijk en de datum daarvan, ondanks dat overgelegde documenten als echt waren bevonden.
De rechtbank overwoog dat hoewel de documenten van het huwelijk authentiek waren, zij pas na aankomst in Nederland waren gelegaliseerd en dat de inhoud niet kon worden geverifieerd. Tevens is rekening gehouden met het ambtsbericht dat stelt dat religieuze huwelijken in Syrië in beginsel rechtsgeldig zijn, maar dat er een bloeiende markt is voor vervalste documenten.
Verweerder heeft terecht ook de tegenstrijdige verklaringen meegewogen, zoals eerdere verklaringen van referente dat zij ongehuwd was en de vermelding op haar Facebookpagina dat zij pas verloofd was sinds december 2016. De rechtbank oordeelde dat deze tegenstrijdigheden van voldoende gewicht zijn om de gezinsband niet aannemelijk te achten.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis asiel is ongegrond verklaard.