Uitspraak
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 27 januari 2017 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoekster] ,
[belanghebbende]
Procedure
de zijde van de man;
Verzoeken en verweren
Feiten
Beoordeling
.Dit blijkt onder meer uit de door de vrouw als productie 12 overgelegde e-mail van de man van 7 april 2016 (‘
Mijn vrouw heeft van ’s ochtends 6:30 tot ’s avonds 12:00 uur zorg nodig en dat is er niet beter op geworden. Ze moet nu zelfs met een lepel worden gevoerd, en aangekleed, gewassen, hulp bij eten en drinken etc.’) De rechtbank gaat ervan uit dat aan de vrouw – gelet op de toetredingseisen die instanties als het UWV en CIZ/VGZ hanteren – op goede gronden een WAO-uitkering en een PGB worden toegekend en dat herintreding op de arbeidsmarkt, mede gelet op haar leeftijd en ontbrekende recente werkervaring, feitelijk niet aan de orde is.
1. De echtelijke woning met bijgebouwen en grond en de daarop rustende hypotheken
2. De beleggingsrekeningen
3. De aandelen
4. De kapitaalverzekeringen
€ 17.943,28 is. Omdat echter uit de bewijsstukken (productie 8, tabblad I van de man) volgt dat de uitkering door Interpolis op 29 april 2017 niet alleen bestond uit de door de man genoemde beleggingscomponent (waarde: € 17.943,29) maar ook uit een garantiecomponent (totale waarde: € 9.518,06), volgt de rechtbank de vrouw in haar standpunt dat de bruto waarde van dit financiële product (€ 17.943,29 + € 9.518,06 =) € 27.491,34 is.
5. De IB 2016 belastingteruggave
6. De schulden
7. De vordering op [naam zus man] en [naam (ex) zwager man]
8. De bankrekeningen
9. De inboedel
10. De auto en de motor
11. De frequent flyerpunten
Beslissingen
over de wijze van verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschapaan tot
1 juni 2019 pro forma.