ECLI:NL:RBDHA:2018:14200
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende middelen referent
Eiseres, met de Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf om bij haar echtgenoot, de referent, te verblijven. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag af omdat de referent niet duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikt en niet in aanmerking komt voor vrijstelling van het middelenvereiste.
Eiseres overhandigde in beroep een arbeidscontract van de referent voor 20 uur per week, conform het door het UWV vastgestelde arbeidsvermogen. Zij stelde dat het beleid ten aanzien van vrijstelling wegens arbeidsongeschiktheid onredelijk is en dat een individuele belangenafweging had moeten plaatsvinden, mede gelet op artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat het beleid niet onredelijk is en dat de referent niet volledig en blijvend arbeidsongeschikt is. Het arbeidscontract werd niet betrokken bij de beoordeling vanwege de ex-tunc toets. Ook werd geoordeeld dat geen sprake is van schending van artikel 8 EVRM Pro. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.