Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De geldigheid van de dagvaarding in de zaak met parketnummer 09/852061-18
4.De beoordeling van de tenlastelegging
Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal moeten blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het voorwerp waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst heeft en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden (zie onder meer HR 28 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:194).
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 20 november 2018;
- een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 1] , blz. 260-262.
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 20 november 2018;
- een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 3] , blz. 313-314, met bijlage goederen op blz. 317.
- een proces-verbaal van verhoor [getuige 2] , blz. 301-302, met bijlage op blz. 311;
- een proces-verbaal van bevindingen, blz. 804, met bijlagen op blz. 808 en 811;
- een proces-verbaal van bevindingen, blz. 843 en 845, met bijlagen op blz. 850, 851, 866, 872, 875, 881;
- een proces-verbaal van verhoor [naam 3] , blz. 547-554.
deverdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen sieraden met diamanten onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (te weten door wederrechtelijk gebruik te maken van een (reserve- of kopie-)kluissleutel);
deverdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen sieraden met diamanten onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (te weten door wederrechtelijk gebruik te maken van een (reserve- of kopie-)kluissleutel);
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De strafoplegging
8.De vorderingen van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregelen
9.De inbeslaggenomen goederen
10.De toepasselijke wetsartikelen
11.De beslissing
24 (vierentwintig) maanden;
12 (twaalf) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;