ECLI:NL:RBDHA:2018:14417
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielzoekster aan Frankrijk op grond van Dublinverordening
Eiseres, een Senegalese asielzoekster, diende op 5 september 2018 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot overname aan Frankrijk gedaan, dat dit verzoek aanvaardde.
Eiseres voerde aan dat overdracht aan Frankrijk zou leiden tot indirect refoulement en schending van diverse internationale verdragen vanwege haar homoseksuele geaardheid en de erbarmelijke opvangomstandigheden. De rechtbank overwoog dat de procedure zich beperkt tot de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is en dat Frankrijk haar asielmotieven zal beoordelen. De Franse autoriteiten hebben garanties gegeven de aanvraag in behandeling te nemen, waardoor geen sprake is van indirect refoulement.
Verder stelde eiseres dat de opvang in Frankrijk niet voldoet aan de Opvangrichtlijn en dat overdracht een onevenredige hardheid betekent. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van systematische tekortkomingen of bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. Ook het beroep op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en jurisprudentie van het HvJ EU leidde niet tot een ander oordeel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de overdracht aan Frankrijk wordt ongegrond verklaard.