ECLI:NL:RBDHA:2018:14423
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-inbehandelingname asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres, een Moldavische nationaliteit houdende vrouw, diende een asielaanvraag in Nederland in, die niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot terugname aan Duitsland gedaan, dat dit verzoek accepteerde.
Eiseres voerde aan dat zij in Duitsland onvoldoende werd ondersteund, haar kinderen niet naar school mochten en zij geen vertrouwen had in de Duitse autoriteiten. Tevens stelde zij dat zij vanwege een liesbreuk medische hulp nodig had die zij in Duitsland niet kreeg. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Duitsland tekortschiet in haar internationale verplichtingen.
De rechtbank stelde dat eiseres de documenten die zij van Duitsland ontving niet begreep, maar dat zij hulp van een advocaat had kunnen inroepen. Ook had zij klachten kunnen indienen bij Duitse autoriteiten, maar dit niet gedaan. De medische situatie werd onvoldoende onderbouwd met concrete aanwijzingen dat Nederland meer geschikt zou zijn voor behandeling.
Daarom zag de rechtbank geen reden om het besluit van de staatssecretaris te vernietigen of de aanvraag alsnog in behandeling te nemen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.