Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
11 september 2018 de onderhavige aanvraag ingediend.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Moldavische nationaliteit dragende minderjarige, diende een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Duitsland als verantwoordelijke lidstaat was aangewezen volgens de Dublinverordening. Nederland had een verzoek tot terugname bij Duitsland gedaan, dat dit verzoek had aanvaard.
Eiser voerde aan dat hij geen vertrouwen had in de Duitse autoriteiten vanwege slechte behandeling van asielzoekers en het ontbreken van adequate medische zorg na een mishandeling. De rechtbank stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser zich bij problemen tot de Duitse autoriteiten moet wenden. Eiser had geen klacht ingediend en onvoldoende concrete aanwijzingen geleverd dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt.
De rechtbank concludeerde dat de medische voorzieningen in Duitsland vergelijkbaar zijn met andere lidstaten en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij in Duitsland geen medische zorg zou ontvangen. Daarom was er geen reden om de aanvraag aan zich te trekken of nader onderzoek te verrichten. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.