ECLI:NL:RBDHA:2018:14523
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot Europees conservatoir bankbeslag wegens onvoldoende bewijs vordering
Verzoekers, Inmobiliaria Vica S.A. en Ard-Choille B.V., verzochten de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag om een Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen tegen de gedaagde. Dit bevel is bedoeld om de grensoverschrijdende inning van schuldvorderingen in burgerlijke en handelszaken te vergemakkelijken.
De voorzieningenrechter toetste het verzoek aan artikel 7 lid 2 van Pro Verordening (EU) Nr. 655/2014, dat vereist dat de schuldeiser voldoende bewijsmateriaal verstrekt om aannemelijk te maken dat zijn vordering waarschijnlijk gegrond zal worden verklaard in het bodemgeschil. Verzoekers stelden dat zij recht hadden op een succesvergoeding van €10.600.000,-, waarvan de helft was betaald aan een rechtspersoon die in handen was van de gedaagde, maar niet aan de andere adviseurs. Zij betoogden dat sprake was van bedrog en onrechtmatig handelen door de gedaagde.
De voorzieningenrechter oordeelde echter dat verzoekers onvoldoende onderbouwing en bewijs hadden geleverd voor hun stellingen. De stukken, veelal in het Spaans, toonden niet aan dat de vordering gegrond was. Ook was onduidelijk in hoeverre Ard-Choille B.V. schade had geleden en hoe die schade was onderbouwd. Het enkele verwijzen naar een Spaanse strafprocedure volstond niet.
Daarom concludeerde de voorzieningenrechter dat niet was voldaan aan de vereisten voor het uitvaardigen van het conservatoir beslag en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot uitvaardiging van een Europees conservatoir bankbeslag wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van de gegrondheid van de vordering.