ECLI:NL:RBDHA:2018:14570

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 december 2018
Publicatiedatum
10 december 2018
Zaaknummer
AWB - 18 _ 4505
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbAlgemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting niet-ontvankelijk wegens gebrek aan connexiteit

Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen totdat op haar beroep tegen het bestreden besluit is beslist. Het bestreden besluit betrof de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'niet-tijdelijke humanitaire gronden' en de intrekking van een eerdere verblijfsvergunning op tijdelijke humanitaire gronden.

De rechtbank heeft het hoofdberoep (zaaknummer AWB 18/4504) op 21 november 2018 ongegrond verklaard. Hierdoor is niet langer voldaan aan het connexiteitsvereiste zoals neergelegd in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat vereist dat het verzoek om voorlopige voorziening verband houdt met het beroep.

Gezien het ontbreken van deze connexiteit verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.M. Ghrib en griffier R. Kroon-Overdijk op 6 december 2018 en is niet vatbaar voor hoger beroep.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan connexiteit met het beroep.

Uitspraak

Rechtbank DEN Haag

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 18/4505
uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 december 2018 op het verzoek om voorlopige voorziening van

[verzoekster], verzoekster, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde mr. A.A. Ubbergen),
tegen

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 1 december 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend onder de beperking ‘tijdelijke humanitaire gronden’ ingetrokken en de aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ afgewezen.
Bij besluit van 22 mei 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen tot op haar beroep is beslist.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter is verzocht om hangende beroep te bepalen dat uitzetting achterwege blijft, totdat op het beroep is beslist.
2. De rechtbank heeft heden het beroep in de procedure met zaaknummer AWB 18/4504 - na behandeling hiervan ter zitting op 21 november 2018 - ongegrond verklaard, zodat niet langer wordt voldaan aan het in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht neergelegde connexiteitsvereiste.
3. Het verzoek zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. Kroon-Overdijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 december 2018.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.