ECLI:NL:RBDHA:2018:14778
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wegens ontbreken ondernemingsplan
Verzoeker, een Turkse zelfstandige, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel arbeid als zelfstandige. De aanvraag werd afgewezen omdat verzoeker niet het vereiste ondernemingsplan en financiële stukken heeft overgelegd, waardoor niet kon worden vastgesteld dat met zijn bedrijfsactiviteiten een wezenlijk Nederlands belang wordt gediend.
Verzoeker maakte bezwaar tegen de afwijzing en vroeg om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar geen kans van slagen heeft omdat de aanvraag onvoldoende onderbouwd is. Tevens werd overwogen dat het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) niet in strijd is met de standstill-bepaling van het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bezwaar en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen wegens het ontbreken van een ondernemingsplan en onvoldoende onderbouwing.